Hoogbegaafdheid op het werk: de stand van zaken

Posted on

Naar hoogbegaafdheid bij volwassenen is nog maar (te) weinig onderzoek gedaan, helaas. Waar wij dan natuurlijk vooral in geïnteresseerd zijn, zijn onderzoeken over hoogbegaafde (jong)volwassenen en hun werk. Het IHBV heeft hier gelukkig recent al heel uitgebreid onderzoek naar gedaan, maar wat weten we nog meer dankzij eerdere onderzoeken? We hebben geprobeerd hier een kort overzicht van te maken.

In 2002…

Verscheen er in het Tijdschrift voor bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde een artikel genaamd ‘Hoogbegaafden aan het werk’. Dit artikel heeft meteen de spijker op de kop geslagen: “Circa 2% van de populatie heeft een dermate hoge intelligentie dat aanpassingsstoornissen op het werk kunnen ontstaan, soms met verzuim als gevolg. Aan de hand van bepaalde kenmerken en signalen kunnen bedrijfs- of verzekeringsartsen hoogbegaafdheid herkennen en bespreekbaar maken. De oplossing kan liggen in het wijzigen van functie-inhoud of arbeidsomstandigheden; medische of psychotherapeutische behandeling is dan niet nodig. Een disfunctionerende hoogbegaafde medewerker wordt zo een gewaardeerde kracht, die unieke bijdragen levert op het werk” (samenvatting overgenomen van deze bron). Jaaa, dat is precies wat wij ook vinden!

Relatie hoogbegaafdheid en coaching in 2005

In 2005 publiceerde Sonja Vlaar een artikel in Tijdschrift voor Coaching (01-05) een artikel over hoogbegaafdheid. Daarin schrijft zij onder andere: “De aandacht voor hoogbegaafdheid bij volwassenen is groeiende. Toch wordt er nauwelijks aan deze mogelijkheid gedacht wanneer zich problemen voordoen op de werkvloer. Een betere afstemming op de specifieke problemen van hoogbegaafden zal een organisatie op de korte termijn veel verdriet en geld kunnen besparen en op de wat langere termijn bijdragen aan de innovatieve slagkracht. Dit vereist wel dat men een beter inzicht verwerft in de karakteristieken en behoeften van hoogbegaafde medewerkers” (p. 74). Dat gaat helemaal de goede kant op zo!

Toch? Of niet. Want in 2008…

Verscheen er in het Tijdschrift voor bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde opnieuw een artikel over hoogbegaafde volwassenen op het werk: ‘Hoogbegaafdheid op het werk’. Daarin wordt ook verteld dat er in de jaren tussen 2002 en 2008 meer onderzoek is gedaan naar hoogbegaafdheid, met name bij kinderen. Ook wordt in dit artikel aangegeven dat het onderwerp inmiddels op de politieke agenda staat en dat er in 2006/2007 een Delphi-onderzoek naar de kenmerken van hoogbegaafdheid is gedaan. Het artikel concludeert: “Hoewel er meer aandacht is voor hoogbegaafde werknemers, is er nog niet veel bekend over specifieke kenmerken van hoogbegaafdheid en de betekenis hiervan voor de werksituatie. Hoogbegaafden kunnen bijzonder nuttig zijn voor bedrijven en organisaties, mits hun talenten worden herkend en benut. Als de hoogbegaafde werknemer dreigt uit te vallen, pleiten wij ervoor vooral aandacht te besteden aan de specifieke talenten van de hoogbegaafde en hoe deze effectief benut kunnen worden in de werksituatie. Wij constateren dat de neiging bestaat problemen te individualiseren of te medicaliseren. De wisselwerking tussen organisatie en hoogbegaafde werknemer zou wat ons betreft meer aandacht mogen krijgen” (p. 399). Wij zijn het natuurlijk helemaal eens met deze conclusie.

Op naar 2009

In 2009 kwam hoogbegaafdheid bij volwassenen inderdaad op de politieke agendate staan. Nou ja, soort van dan. We quoten vanaf deze website van Tijdschrift Talent: “In 2009 werd op het ministerie van OCW de publicatie ‘Verwaarloosd talent … Hoogbegaafde volwassen, daar is meer uit te halen’ (Kooijman et al.) gepresenteerd. Op die bijeenkomst waren ook vertegenwoordigers van de ministeries van EZ, SZW en VWS aanwezig. […] Ondanks het ontbreken van een harde wetenschappelijke onderbouwing doen de schrijvers van die publicatie een poging om iets te zeggen over het psychisch en sociaal functioneren van hoogbegaafde volwassenen. Op basis van ervaringen schatten zij in dat ongeveer ruim een derde deel van deze populatie goed functioneert (succesvol en gelukkig is), een klein derde deel matig functioneert (deze groep handhaaft zich, maar presteert minder dan ze zouden kunnen) en een klein derde deel zelfs slecht functioneert (werkloos, ongelukkig en bijvoorbeeld eenzaam is). Op basis van deze schatting functioneert dus meer dan de helft van deze groep op een matig of zelfs slecht niveau.” In dit artikel werd overigens toen nog uitgegaan van de situatie dat een op de vijf hoogbegaafden niet op de juiste werkplek zat.

In 2010

Werd het IHBV opgericht: dé bron van inspiratie, kennis en onderzoek naar hoogbegaafdheid bij volwassenen. In het overzicht van artikelen dat zij beschikbaar hebben gesteld op de website is een aantal artikelen terug te vinden over de periode 2010 – nu over hoogbegaafdheid op het werk. Maar de trend blijft gelijk: er wordt ‘te weinig’ gedaan met hoogbegaafde volwassenen op het werk en hoewel een deel van deze mensen wel het geluk vindt, blijft een groot deel ook nog heel ongelukkig met hun werksituatie (en dat is meestal gerelateerd aan de hoogbegaafdheid).

En nu

Natuurlijk is het meest recente onderzoek vanuit het IHBV, uit 2017 getiteld ‘Heel slim en toch zonder werk? Hoe kan dat?‘, op dit moment het meest relevant voor ons op basis van datum van verschijnen. Dit onderzoek biedt actuele en interessante inzichten waarmee wij echt bij bedrijven kunnen aantonen wat het belang is van hoogbegaafde werknemers en het bij deze doelgroep voorkomen van langdurige ziekte in verband met de grootte van het risico. Wij zijn dan ook heel blij dat het IHBV bestaat en dergelijke onderzoeken uitvoert; in de meeste gevallen bevestigd dit alleen maar de onderbuikgevoelens.

(Missen we hier een belangrijk artikel? Mail ons op info@uitzonderlijkgewoon.nl!)